Bløf

[Blauwe ruis]
[Dichterbij dan ooit]
Watermakers (2000)
Halverwege
[Hier]
[Dansen aan zee]
Engel voor een dag
Waar de oceaan begint
[Ze is er niet]
Monsters slapen nooit
Vrouw op de veranda
Oog in oog
Twee koude handen
Streep mijn naam maar weg
Goud en zilver
Iets van suiker
Watermakers
De bus naar huis
Heimwee
Other
[Harder dan ik hebben kan]
[Liefs uit londen]
[Wat zou je doen?]
[Aan de kust]


Blauwe ruis
Je droeg weer blauw die avond
In een schaduw van zwart licht
Er werd geen gat gedicht
Met de brief die je me nazond
Tijd draait alles om
Wat eerst prachtig was wordt lelijk
En wat je toen zo moeilijk vond
Daar denk je niet meer aan
Laat je me nog gaan?
Wat onaf was blijft wel liggen
Je maakt niets ongedaan 

Blauwe ruis in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen, maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder en het houdt nooit meer op 

Je draagt steeds blauw die avond
Op het scherm in mijn hoofd
In de brief die je me nazond
Heb je niets beloofd
Maar ook niets afgerond
Onaangenaam verdoofd
Blijf ik staren naar de grond 

Blauwe ruis in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen, maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder en het houdt nooit meer op 

Laat je me nog gaan?
Wat onaf was blijft wel liggen
Je maakt niets ongedaan 

Blauwe ruis in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen, maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder en het houdt nooit meer op
Dichterbij dan ooit
Liever kwijt zijn waar je echt van houdt
Dan iets houden wat je toch niet mist
Liever buiten ook al is het koud
Dan naar binnen als daar niets meer is 
Hier is niets om voor te blijven
Hier is alleen nog wat er was
En dat neem ik mee voor altijd
Voor altijd 
Wie legt me uit hoe alles werkt
Hoe groot het gat is tussen nu en nooit
En hoe het komt dat ik nu merk
Jij bent weg, maar dichterbij dan ooit 
Liever vragen naar de langste weg
Dan een antwoord dat je stil doet staan 
Liever zeggen wat ik zelden zeg
Dan verzwijgen dat ik door moet gaan 
Ik hoef jou niets te vertellen
Wat ik niet al had gezegd
Met mijn mond of met mijn ogen
Voor altijd 
Wie legt me uit hoe alles werkt
Hoe groot het gat is tussen nu en nooit
En hoe het komt dat ik nu merk
Jij bent weg, maar dichterbij dan ooit 
Liever lachen om wat is geweest
Dan iets vrezen wat nog komt, misschien
Liever houden van een grote geest
Dan iets haten wat je niet kunt zien 
Ik hoef jou niets uit te leggen
Het ligt hier open tussenin
En ik maak een laatste buiging
Voor altijd 
Wie legt me uit hoe alles werkt
Hoe groot het gat is tussen nu en nooit
En hoe het komt dat ik nu merk
Jij bent weg, maar dichterbij dan ooit
Hier

De lentewind die waaide
Werd al zwoeler en je zwaaide
Was het moeilijk om te merken
Dat ik de zoen die jij me toeblies
Niet meer meekreeg toen ik wegreed?
Je keek me na, ik deed mijn ogen dicht
Ik zag nog je gezicht maar was alleen
Alleen met mijn vrienden en ik wist dat het al laat was
En dat jij steeds sneller uit het zicht verdween
Ik kan alleen maar spelen, mijn noten en mijn rol
Dat is niets om te delen, en het maakt mijn leegte vol
Hier ben ik veilig, hier ben ik sterk
Hier ben ik heilig, dit is mijn kerk
Dit is mijn haven, hier leg ik aan
Hier kan ik slapen, hier moet ik staan
Hier ligt mijn hart voor jou
Ik kijk je aan, je doet je ogen dicht
Je weet waarom ik hier sta en je lacht
Ik richt mijn blik op heel je wezen en je weet dat ik kan lezen
Wat je denkt en wat je nu van mij verwacht
Ik kan alleen maar spelen, mijn noten en mijn rol
Dat moet ik hier wel delen, het maakt mijn leegte vol
Hier ben ik veilig, hier ben ik sterk
Hier ben ik heilig, dit is mijn kerk
Dit is mijn haven, hier leg ik aan
Hier kan ik slapen, hier moet ik staan
Hier ligt mijn hart voor jou

dansen aan zee

Daar komt mijn schip al aan
Ik kijk vanaf het strand
Schrijven in het zand
Is voor mij nu wel gedaan
Want de letters van je naam
Blijven in het zand niet staan
Maar de wetten van het land
Gelden niet op volle zee
Dus ik neem je naam maar mee
Gun me een vaarwel
En vergeef me dat ik hardop
Alle passen tel

Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Een afscheidswals aan de waterlijn
Dansen aan zee
Eén voor je tranen
Twee voor de mijne
Drie voor de horizon
Waaraan we verdwijnen

Jij wist wel wie ik was
Zwaaiend met mijn jas
Mijn armen wijd en leeg
En een hart dat schreeuwend zweeg
Dat steeds meer verlangde
Naar de warmte van je wang

Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Een afscheidswals aan de waterlijn
Dansen aan zee
Eén voor je tranen
Twee voor de mijne
Drie voor de horizon
Waaraan we verdwijnen

Zeg dat het niets was
Zeg dat ik droomde
Zeg dat ik gek was
Durf te zeggen dat ik droomde
Zeg dat ik dom was
Maar dromen deed ik niet

Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Laten we dansen, m?n liefste
Dansen aan zee
Een afscheidswals aan de waterlijn
Dansen aan zee
Eén voor je tranen
Twee voor de mijne
Drie voor de horizon
Waaraan we verdwijnen

Ze is er niet
Nu de klok niet meer mijn vriend is
En de kelner onbeschoft
mdat de man die hij bedient
Weer een verkeerde dame trof
Kan dan iemand mij vertellen
Waarom mijn hart nog klopt?
Waarom blijf ik bestellen?
Waarom sta ik niet op?
Want er is nog maar één slotsom
Ze is er niet
En ik denk niet dat ze nog komt
Ze is er niet
Ik vraag me af waarom
Ik niet gewoon terug naar huis loop
Het glas dat wegduikt in de spoelbak
Het geld dat rinkelt in mijn zak
Alle geluiden staan me tegen
Hier zit ik niet op mijn gemak
Want er is nog maar één slotsom
Ze is er niet
En ik denk niet dat ze nog komt
Ze is er niet
Ik vraag me af waarom
Ik niet gewoon terug naar huis loop
Want vanonder de tafel
Grijpt verlangen me weer aan
Het vliegt me naar de keel
Doet me besluiten op te staan
En blind te rennen door de nacht
Vraag me niet wat ik verwacht
Van zoveel wanhoop in één man
Die maar aan één vrouw denken kan
Maar ze is er niet
En ik denk niet dat ze nog komt
Ze is er niet
Ik vraag me af waarom
Ik niet gewoon terug naar huis loop
Ze is er niet
harder dan ik hebben kan

Je buien maken vlekken. Op mijn hagelwit humeur. Ik heb m'n handen op je heupen. Maar m'n hoofd is bij de deur. Ze zeggen dat het went. Ik heb het geprobeerd. Maar hoe ik het ook wend of keer. M?n huis beschermt niet meer.

Het regent harder dan ik hebben kan. Harder dan ik drinken kan. Het regent harder dan de grond aankan. Harder dan ik hebben kan.

Je buien zijn de wolken. Aan mijn hemelsblauw humeur. Ik heb m'n handen op je heupen. Maar m'n hoofd is bij de deur. Je ogen blijven grijs. Ontkennen elke kleur. Het is alsof hier niemand woont. Alsof er niets gebeurt.. Je buien zijn te donker. Voor mijn hemelsblauw humeur. Want mijn hoofd is in de wolken. En m?n hand al bij de deur.

Harder dan ik hebben kan. Harder dan ik drinken kan. Het regent harder dan de grond aankan. Harder dan ik hebben kan. Het regent harder dan ik hebben kan. Harder dan ik drinken kan. Het regent harder dan de grond aankan.. Harder dan ik hebben kan.

liefs uit londen

Van de wereld weet ik niets. Niets dan wat ik hoor en zie, niets dan wat ik lees Ik geen geen andere landen, zelfs al ben ik er geweest. Grote steden ken ik niet Behalve uit de boeken, behalve van T.V. Ik ken geen andere stad dan de stad waarin ik leef.

Zij stuurt me kaarten uit Madrid. En uit Moskou komt een brief Met de prachtigste verhalen. En God, wat is ze lief Gisteren uit Lissabon "ik mis je" eneen zoen. Vandaag uit Praag een kattebel, want er is zoveel te doen. En morgen, als de postbode mijn huisweer heeft gevonden Dan stort ze mijn hart vol met al het liefs uit Londen.

Van de wereld weet ik niets. Niets dan wat ik hoor en zie, niets danwat ik voel Ik leef van dag tot dag, zonder vrees en zonder doel. Verre landen ken ik niet Behalve uit mijn atlas, die droom ik elke nacht Maar ik droom alleen de landen waarze ooit aan me dacht.

Als een mooi en groot geloof. Aan de muur van mijn gedachten Hangt een wereldkaart te wachten. Tot ze terugkomt. Met haar reizen in mijn hoofd Steek ik vlaggen in de aarde. Dezelfde kleur, dezelfde waarde

Maar zij stuurt me kaarten uit Madrid. En uit Moskou komt een brief Met de prachtigste verhalen. En God, wat is ze lief Gistern uit Lissabon "ik mis je" en een zoen. Vandaag uit Praag een kattebel, want er is zoveel te doen. En morgen, als de postbode mijn huisweer heeft gevonden Dan stort ze mijn hart vol met al hetliefs uit Londen

wat zou je doen?

Wat zou je doen, Als ik hier opeens weer voor je stond? Wat zou je doen Als ik viel, hier voor je op de grond? Wat zou je doen, als ik dat was?

Wat zou je doen, Als ik je gezicht weer in mijn handen nam? Wat zou je doen Als ik met mijn mond dichtbij de jouwe kwam? Wat zou je doen, als ik dat deed?

Zou je lachen, zou je schelden? Zou je zeggen dat ik een klootzak ben? Zou je janken, zou je vloeken? Zou je zeggen dat je me niet meer kent? Zou je lachen, zou je schelden - van verdriet? Wat zou je zeggen

Als ik met mijn vingers door je haar zou gaan? Wat zou je zeggen Als we samen voor de spiegel zouden staan? Wat zou je zeggen, als ik dat deed?

Wat zou je zeggen, Als ik vertelde over al die tijd? Wat zou je zeggen Als ik zei: "Ik heb van al die tijd toch echt geen spijt"? Wat zou je zeggen, wat zou je doen, als ik dat deed?

Zou je lachen, zou je schelden? Zou je zeggen dat ik een klootzak ben? Zou je janken, zou je vloeken? Zou je zeggen dat je me niet meer kent? Zou je lachen, zou je schelden - van verdriet? Wat zou je doen

Als ik hier opeens weer voor je stond? Wat zou je doen Als ik viel hier voor je op de grond? Wat zou je doen, als ik dat deed?

Zou je lachen, zou je schelden? Zou je zeggen dat ik een klootzak ben? Zou je janken, zou je vloeken? Zou je zeggen dat je me niet meer kent? Zou je lachen, zou je schelden - van verdriet? Je zou lachen, je zou schelden

Je zou zeggen dat ik een klootzak ben. Je zou janken, je zou vloeken Je zou zeggen dat je me niet meer kent Je zou lachten, je zou schelden - van verdrietWat zou je doen?

aan de kust

De zoute zee slaakt een diepe zilte zucht. Boven het vlakke land trilt stil de warme lucht. He! iemand slaat soms onverwacht maar zeker op de vlucht. Alarmfase Twee is hier nauwelijks nog berucht.Maar men weet het niet En zwijgt van wat men hoort en ziet.

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust Waar de mensen onbewust. Zin in mosselfeesten krijgen En van eten slechts nog zwijgen. Als ze zat zijn en voldaan En weer rustig slapen gaan.

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust Waar een ieder onbewust. In het Duits wordt aangesproken. Waar de ketting is gebroken En alle schepen zijn verbrand. Maar er is niets aan de hand.

Vlissingen ademt zwaar en moedeloos vannacht. De haven is verlaten,want er is nog maar een vracht En die moet in het donker buitengaats worden gebracht.

Gedenkt de goede tijden van zuiverheiden kracht. Maar men weet het niet En zwijt van wat men hoort en ziet.

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust Waar de zomer onbewust. Met een noodgang wordt genoten. En waar wild en onverdroten Iedereen zijn gang kan gaan. Tot men zat is en voldaan

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust. Waar de liefde van de lust Steeds maar weer zal gaan verliezen. Omdat ze nooit kan kiezen Tussen goed en niet zo kwaad. Maar dat is zoals het gaat. Hier aan de kust